leestijd 7 minuten

Blijvende verandering realiseren is moeilijk. Het ontwikkelen van gewoonten vraagt om discipline en doorzettingsvermogen. En dan heb ik het hier alleen nog maar over persoonlijke verandering. Om persoonlijke verandering teweeg te brengen hoef je alleen jezelf te overtuigen aan de slag te gaan. Interessanter wordt het als je meerder individuen bij elkaar brengt in een groep. Wat is er nodig om die groep in beweging te krijgen? Hoeveel mensen heb je nodig om een blijvende verandering teweeg te brengen? Dit artikel gaat over de 3.5% regel. Deze regel stelt dat de kans van slagen bij specifieke typen verandering significant groter is wanneer 3.5% van de populatie hier actief bij betrokken is.

If everyone is moving forward together, then success takes care of itself

Henry Ford

Waar is de 3.5% regel op gebaseerd?

Erica Chenoweth is een professor aan de Harvard Kennedy School in Amerika. Zij geloofde heilig dat geweld één van de randvoorwaarden is om blijvende politieke verandering teweeg te brengen. Totdat ze een conferentie bezocht over het effect van geweldloze protesten en demonstraties. Initieel deed ze de voorbeelden tijdens de conferentie af als uitzonderingen. Maar naarmate de week vorderde was haar interesse toch gewekt. Ze besloot zich te verdiepen in de effectiviteit van geweldloze protesten ten opzichte van protesten waar wel geweld aan te pas kwam. De 3.5% regel waar ze vervolgens op stuitte was bijvangst.

Geweldloze protesten zijn effectiever

Het onderzoek van Chenoweth is gebaseerd op een dataset – NAVCO 1.1 – waarin 323 protesten zijn opgenomen. Dit betreft situaties tussen 1900 en 2006 waarin het doel was de huidige regerende klasse of overheid ten val te brengen. In de dataset komen zowel protesten met als zonder geweld voor.

Na analyse van de data kon Chenoweth niet anders dan tot een conclusie komen die voor haar persoonlijk een enorme paradigm shift betekende: geweldloze protesten hadden een veel grotere kans van slagen! Sterker nog, geweldloos protest was twee keer zo vaak succesvol als de situaties waarin demonstranten wel geweld gebruikten.

Bijvangst: de 3.5% regel

Er was iets bijzonders aan de hand met de informatie over de 323 landen. Het viel de onderzoekers namelijk op dat geen enkel protest in de dataset mislukte nadat 3.5% van de bevolking actief meedeed. Verder viel op dat elk protest dat de 3.5% grens overschreed in essentie geweldloos was. Zo ontstond de 3.5% regel.

Wat zegt de 3.5% regel nu precies?

Allereerst is het belangrijk te benoemen dat de regel is ontstaan uit onderzoek naar historische data. De regel heeft geen voorspellende waarde. Verder moet opgemerkt worden dat er naar heel specifieke situaties is gekeken. De dataset bevat namelijk informatie over demonstraties met als doel de huidige regerende klasse of overheid ten val brengen. Je kan dit dus niet zondermeer toepassen op bijvoorbeeld klimaatdemonstraties van Extinction Rebellion.

Hierbij geldt uiteraard ook – zoals bij zoveel onderzoek gesteld kan worden – dat causaliteit niet gelijk is aan correlatie. Dat wil zeggen dat het niet per definitie zo is dat de demonstraties succesvol waren doordat 3.5% van de populatie actief participeerde. Je kan slechts stellen dat bij alle protesten in deze dataset waarbij 3.5% van de populatie actief deelnam, het doel werd behaald.

Uit de data blijkt ook dat 83% van de succesvolle geweldloze protesten de grens van 3.5% niet bereikten. De essentie is dus dat wanneer wel aan de 3.5% regel werd voldaan, de kans op succes vele malen groter was. In die gevallen was 90% van de protesten succesvol, ten opzichte van ongeveer 60% in het geval van 1 tot 3.5% actieve deelname. Naarmate de actieve participatie verder afnam, daalde het succespercentage snel.

De 3.5% regel is dus geen wetmatigheid als wel een indicator: was bij geweldloos protest 3.5% van de bevolking betrokken, dan is de kans op het behalen van de doelen van het protest aanzienlijk. Plan je een protest met als doel 3.5% van de bevolking actief te laten meedoen, dan is dus niet gezegd dat dit werkt. De 3.5% regel is een indicator, maar het zijn niets over de onderliggende parameters voor succes. Houdt hierbij ook de wet van Goodhart in gedachten:

Als een maatstaf een target wordt, dan is het geen goede maatstaf meer

De wet van Goodhart

Een visuele representatie van de 3.5% regel

Onderstaande afbeelding maakt inzichtelijk wat je wel en niet kan concluderen over de 3.5% regel en al dan niet succesvolle protesten. Let op! De ellipsen in de figuur zijn niet op schaal. In de NAVCO 1.1 dataset zijn bijvoorbeeld ruim twee keer zoveel protesten met geweld opgenomen als geweldloze protesten. Het doel van de afbeelding is om inzicht te geven dat niet alle succesvolle protesten geweldloos waren, dat niet bij alle succesvolle geweldloze protesten aan de 3.5% regel werd voldaan, maar dat wel alle geweldloze protesten waarbij aan de 3.5% regel werd voldaan geweldloos en succesvol waren.

3.5% regel: toepassing
Overzicht van het toepassingsgebied van de 3.5% regel op basis van de NAVCO 1.1 dataset

Waarom je beter vredig protest kan voeren

Uit de geanalyseerde data blijkt dus dat geweldloze protesten een grotere kans van slagen hebben. Hoe zou dat komen? Er zijn 4 hoofdoorzaken te noemen die hieraan bijdragen.

Geweldloze protesten zijn inclusiever

Het voordeel van geweldloos protest, is dat ook fysiek minder sterke mensen kunnen deelnemen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ouderen of mensen met een lichamelijke beperking. Dit zorgt er voor dat geweldloos protest inclusiever is qua leeftijd, geslacht, ras en etniciteit. Het gevolg is een breder maatschappelijk draagvlak.

Geweld schrikt af en kent een persoonlijk risico

Geweld schrikt af. Er kleeft namelijk een groot persoonlijk risico op letsel of schade aan.

Bij geweldloos protest sluit je gemakkelijker aan

Het is voor overheden lastiger geweldloos verzet tegen te gaan. Tegen geweld bestaat wetgeving, maar soortgelijke regels bestaan meestal niet voor geweldloos verzet. Als mensen zich massaal op dezelfde dag ziek melden, dan is dat heel lastig tegen te gaan. Aangezien dit type verzet zich meer in de openheid kan manifesteren, is het ook eenvoudiger je hierbij aan te sluiten. Vergelijk dit met een guerrillabeweging die buiten de wet opereert en je begrijpt dat enerzijds de vindbaarheid van de beweging en anderzijds de drempel om deel te nemen een stuk hoger is.
Geweldloze protesten maken coördinatie tussen verschillende groepen of geografische gebieden ook gemakkelijker, aangezien alles in openheid mag worden besproken.

De impact op de maatschappij als geheel is groter

Dit is gerelateerd aan het eerste punt. Naarmate een meer diverse groep van de bevolking actief deelneemt, is de kans op sociale ontwrichting het grootst. Hierbij zullen leerkrachten, journalisten, hulpverleners, ambtenaren, politie of leger eerder de kant van de demonstranten kiezen. Wanneer je als agent orders krijgt in een menigte te vuren, dan is de kans klein dat je dat doet als jouw vrienden en familie in diezelfde menigte staan. Zo is de kans groter dat dergelijke groepen de kant van de demonstranten kiezen, terwijl de overheid of heersende klasse juist op deze groepen rekent.

Tenslotte volgt op een succesvol protest met geweld vaak een periode van politieke onrust. In het geval van geweldloos protest is het gevolg juist vaker dat er een meer democratisch systeem komt. Dit is geen reden dat geweldloos protest succesvoller is op korte termijn, maar het leidt wel tot groter succes op de lange termijn.

‘Slechts’ 3.5% om een regime omver te werpen?

Er zijn vele aspecten die de dynamiek van een protest bepalen en 3.5% van de bevolking lijkt daarbij misschien een lage grens om te bereiken. Vergis je niet, 3.5% is een substantiële groep mensen die je op de been moet krijgen. In Nederland zou dit betekenen dat grofweg 600.000 mensen actief deelnemen aan het protest. Dit is iets meer dan alle inwoners van Rotterdam. Wanneer is de laatste keer dat jij gedemonstreerd hebt?

Daarbij stelt de 3.5% regel dat deze mensen actief betrokken moeten zijn. Naast deze groep actieve deelnemers zal er nog een enorme groep sympathisanten zijn. Het totale aantal mensen dat de beweging (passief) steunt zal dus veel groter zijn dan de 3.5% actieve deelnemers.

Change will not come if we wait for some other person, or if we wait for some other time. We are the ones we’ve been waiting for. We are the change that we seek.

Barack Obama

Uitzonderingen op de regel

Wat ik fantastisch vind aan Erica Chenoweth is dat ze kritisch blijft op haar eigen werk. In 2020 heeft ze namelijk een kort artikel gepubliceerd, waarin ze de meest gestelde vragen en kritiek op haar initiële onderzoek bespreekt. Daarbij publiceerde ze een nieuwe versie van de dataset, NAVCO 1.2. Het belangrijkste om hierbij op te merken, is dat er in die dataset twee uitzonderingen op de 3.5% regel te vinden zijn. Betekend dit nu dat deze regel de prullenbak in kan?

Uitzondering 1: Bahrein

Bij het protest tegen koning Hamed van Bahrein rond 2011 was 6% van de populatie actief betrokken. Toch volgde hierop geen blijvende politieke verandering. Wel moet vermeld worden dat Bahrein hulp van buitenaf kreeg om de opstand neer te slaan. Saudi-Arabië en de Amerikanen schoten de koning te hulp.

Uitzondering 2: Brunei

In 1962 braken in Brunei protesten uit tegen de sultan, die plannen had Brunei samen te voegen met Maleisië. Bij de demonstraties waren 4000 inwoners actief betrokken, wat neerkomt op ruim 4% van de bevolking. Toch was ook dit protest niet succesvol, alhoewel de sultan in 1963 besloot Brunei niet op te laten gaan in Maleisië. Het protest duurde slechts tien dagen, wat waarschijnlijk de reden is dat het protest als onsuccesvol staat aangemerkt: het directe verband tussen het protest en het besluit van de sultan is lastig aan te tonen. Ook hier was hulp van buitenaf in het spel, namelijk vanuit het Verenigd Koninkrijk.

Moet de 3.5% regel nu de prullenbak in?

Eerder schreef ik al dat de 3.5% regel een indicatie en geen wetmatigheid is. Deze twee uitzonderingen bevestigen dat. Wat opvalt is dat de situaties in Bahrein en Brunei overeenkomsten tonen. De 3 belangrijkste overeenkomsten zijn:

  1. Het betreft een kleine staat
    Bahrein kent ongeveer 1.6 miljoen inwoners en in Brunei woonden indertijd zelfs maar 90.000 mensen. 3.5% van de mensen in een kleine staat is in absolute zin een erg kleine groep mensen. Deze groep is gemakkelijker te handhaven dan 3.5% van de inwoners van bijvoorbeeld de Verenigde Staten (grofweg 11 miljoen mensen).
  2. Er was hulp van buitenaf in het spel
    Hiermee is de impact op de maatschappij minder groot. Buitenlandse ordetroepen zullen geen familieleden hebben die mee demonstreren. Bij de inzet van buitenlandse troepen zal een order om in de menigte te vuren dan ook minder problemen opleveren.
  3. Het protest was van korte duur
    Een kanttekening bij het onderzoek is dat Chenoweth alleen keek naar het ‘peak event’, het moment waarop de demonstratie op zijn piek was. Dit zegt dus niets over de participatie bij de beweging in het algemeen. De duur van een protest zou wel één van de onderliggende parameters voor succes kunnen zijn.

Het lijkt er dus op dat wanneer bovenstaande 3 factoren in het spel zijn, de 3.5% regel niet van toepassing is. Zie het als de uitzonderingen die de regel bevestigen.

Never doubt that a small group of thoughtful, committed, citizens can change the world. Indeed, it is the only thing that ever has

Margaret Mead