Meteen naar de inhoud

Het Pygmalion effect: Wat een Griekse mythe ons kan leren over vooroordelen

leestijd 9 minuten

Veel van je normen en waarden heb je waarschijnlijk al sinds je jeugd. Deels komen ze voort uit je opvoeding en deels heeft het schoolsysteem of een andere bron je gevormd. Sta je weleens stil bij jouw overtuigingen en of ze je helpen? Dit artikel gaat over het Pygmalion effect en de immense impact van je eigen rotsvaste overtuigingen op je omgeving en jezelf.

It’s not what you look at that matters, it’s what you see

Henry David Thoreau

Wie is Pygmalion?

Pygmalion is een prins uit de Griekse mythologie. Hij vond vrouwen zondig en wilde daarom niets met ze te maken hebben. Hij besloot uit een blok ivoor de perfecte vrouw te beeldhouwen. Het beeld van deze vrouw, Galatea, was zo perfect dat Pygmalion er verliefd op werd. Op een dag vroeg hij de goden hem een vrouw te geven die leek op zijn ivoren vrouw. Aphrodite, de godin van de liefde en schoonheid, begreep zijn wens en toen Pygmalion thuiskwam en het ivoren beeld een kus gaf, kwam Galatea tot leven.

In de sociale psychologie beschrijft het Pygmalion effect het fenomeen dat je verwachtingen de werkelijkheid beïnvloeden. Dit effect is voor het eerst beschreven door onderzoekers Robert Rosenthal en Leonore Jacobsen en staat ook bekend als het Rosenthal effect. In dit eerste onderzoek werd een leerkracht geïnformeerd dat 5 kinderen laatbloeiers waren. Dit zou op basis van een intelligentietest zijn bepaald, terwijl de kinderen in werkelijkheid willekeurig gekozen waren. Toen aan het einde van het schooljaar een intelligentietest werd afgenomen, bleken deze 5 kinderen er het meest op vooruit te zijn gegaan.

Hoe werkt dat?

Het Pygmalion effect in 4 stappen

Wanneer je het Pygmalion effect in detail bekijkt, dan zie je dat het uit 4 stappen bestaat. Hieronder staan deze stappen benoemt, met bij elke stap een voorbeeld uit het initiële onderzoek van Rosenthal en Jacobsen.

  1. Je hebt een overtuiging. In het onderzoek van Rosenthal wordt de overtuiging gevormd door de informatie over de 5 laatbloeiers.
  2. Je past je gedrag aan op basis van je overtuiging. De leerkracht gaat deze 5 laatbloeiers anders behandelen, omdat hij gelooft dat zij een bepaalde potentie hebben. Ze krijgen vaker de beurt of de leerkracht schotelt ze moeilijker lesmateriaal voor.
  3. Je focust op waarnemingen die je overtuiging bevestigen. De leerkracht ziet vooral de positieve punten van de 5 laatbloeiers. De waarnemingen die zijn denkbeeld niet bevestigen worden afgedaan als uitzonderingen.
  4. De werkelijkheid vormt zich naar de bestaande overtuiging. Door de extra aandacht en andere behandeling gaan de 5 willekeurig gekozen leerlingen daadwerkelijk beter presteren. Zo wordt het paradigma bevestigd.

You don’t see the world as it is, you see it according to who you are

Stephen R. Covey

Paradigma’s, het fundament van het Pygmalion effect

De basis van het Pygmalion effect is onze neiging te focussen op dat wat we al weten, of denken te weten. De wetenschappelijke term voor zo’n denkbeeld is een paradigma. Een paradigma is de bril waardoor je naar de wereld kijkt.

Een avond in de kroeg

In mijn studententijd woonde ik met meerdere huisgenoten en het gebeurde regelmatig dat we een avond naar de kroeg gingen. Hierbij haakten vaak vrienden van huisgenoten aan en ik herinner me goed hoe zij werden geïntroduceerd. Wanneer ik iemand nog niet kende, dan ging het ongeveer zo: “Vanavond gaat X mee naar de kroeg. Dat is echt een leuke gast, dus het wordt sowieso een mooie avond!”.

Nog voordat ik hem had gezien was mijn beeld over deze persoon al enorm positief gekleurd en had ik zin hem te ontmoeten. Als hij vervolgens een leuke opmerking maakte, dan dacht ik: “Zie je wel, dat is inderdaad een leuke gast.”. Maakte hij een vervelende opmerking dan was de gedachte: “Dat zal wel een uitzondering zijn.” Op deze manier werd het beeld dat ik vooraf had steeds verder versterkt, door de bevoordeelde bril waardoor ik keek.

Met dit voorbeeld wil ik niet zeggen dat je iedereen leuk kan maken door enthousiast over diegene te doen. Wat ik wel wil meegeven is dat het beeld dat je anderen meegeeft, invloed heeft op de manier waarop zij naar de wereld kijken. Stel je voor dat mijn huisgenoot had gezegd: “Vanavond gaat X mee naar de kroeg. Ik zie er zelf ook tegenop, maar ik kom niet onder deze afspraak uit.” De avond zou er in dat geval heel anders hebben uitgezien.

Paradigma’s + availability bias = filterbubbel

Onderstaande figuur dient om het principe van paradigma’s verder toe te lichten. Hierin is het paradigma weergegeven als een balk, die (be)rust op je waarnemingen. Je wilt de balk zo goed mogelijk ondersteunen, dus ga je op zoek naar waarnemingen die bij je bestaande overtuiging passen. Hoe meer waarnemingen je paradigma ondersteunen, des te heviger je overtuiging. Je zal ook begrijpen dat één tegenstrijdige waarneming je overtuiging meestal niet direct onderuit haalt.

Waarnemingen versterken je paradigma
Het paradigma, ondersteunt door je waarnemingen

Een ander bekend fenomeen uit de sociale psychologie is de availability bias. Dit is het concept dat we de significantie van zaken overschatten naarmate we er meer mee in aanraking komen. Een simpel voorbeeld zijn vliegtuigongelukken. Maak eens een inschatting van het jaarlijkse aantal vliegtuigongelukken.

Vliegtuigen worden steeds veiliger en er gebeuren dus ook steeds minder ongelukken mee. Het gevolg is dat de vliegtuigongelukken die gebeuren, steeds nieuwswaardiger zijn. Zodoende komen mensen steeds meer in aanraking met nieuws over vliegtuig ongelukken. De perceptie is vervolgens – onterecht – dat vliegtuigongelukken vaker voorkomen dan vroeger. De paradox is dus dat mensen steeds banger worden voor steeds veiligere vliegtuigen.

Deze twee fenomenen, diepgewortelde overtuigingen en de availability bias, vormen een gevaarlijke cocktail. Hier wordt tegenwoordig ook wel naar gerefereerd als de ‘filterbubbel’. Doordat je, bijvoorbeeld online, steeds meer content krijgt voorgeschoteld dat overeenkomt met jouw wereldbeeld, kom je in een tunnel terecht. Vervolgens krijg je veel informatie te zien over een bepaald onderwerp, waardoor je de impact daarvan hoger inschat dan in werkelijkheid het geval is. Het mag duidelijk zijn dat dit tot ongewenste effecten als polarisatie en vervreemding kan leiden.

De paradigm shift: 3 praktijkvoorbeelden

Wat we nodig hebben is de mogelijkheid onze paradigma’s aan te passen. Een paradigma kan heel snel worden aangenomen, maar er vanaf komen is veel lastiger. Kijk naar de eerder beschreven vier stappen van het Pygmalion effect en je ziet dat een eindeloze spiraal op de loer ligt. Wanneer je een paradigma loslaat en vervangt door een nieuwe overtuiging, dan staat dat bekend als een ‘paradigm shift’. Zo’n verschuiving vindt niet eenvoudig plaats, zeker niet als het paradigma wordt ondersteunt door veel waarnemingen.

Paradigm shift
De paradigm shift

De volgende drie voorbeelden illustreren hoe eenvoudig een overtuiging kan ontstaan en hoe lastig het is die te vervangen.

De aarde is rond en draait om de zon

Lange tijd werd gedacht dat de aarde een platte schijf was, die op de oceaan dreef. Totdat Aristoteles rond 340 voor Christus stelde dat de aarde rond is. Deze uitspraak baseerde hij op observaties van de sterren. Deze observaties konden niet verklaard worden met het model van een platte aarde (de eerste paradigm shift). Verder stelde Aristoteles dat de zon om de aarde draaide, omdat hij geloofde dat de aarde het middelpunt van het universum was.

Het duurde tot ongeveer 1500 na Christus voordat dit wereldbeeld werd aangepast. Het was Nicholas Copernicus die in 1514 beweerde dat de zon – en dus niet de aarde – het middelpunt van het universum was (de tweede paradigm shift). De aarde zou, net als de andere planeten, in een cirkel om de zon heen bewegen. Galileo Galilei bouwde voort op deze theorie, maar rond 1600 was het Johannes Kepler die stelde dat planeten niet in cirkels, maar in een ellips om de zon draaien (de derde paradigm shift). Vanaf dit moment klopten de observaties eindelijk met de theorie.

Twijfel is het begin van wijsheid

René Descartes

Wanneer je de drie paradigm shifts bekijkt, dan valt met name op hoe lang het duurt voordat een denkbeeld wordt losgelaten. Het heeft duizenden jaren geduurd voordat ons huidige paradigma, dat de aarde rond is en in een elliptische baan om de zon draait, tot stand is gekomen. Indertijd had dat onder andere te maken met de invloed van de kerk in de maatschappij. Maar beeld je eens in hoeveel weerstand het zou oproepen wanneer iemand nu beweert dat onze ideeën op dit punt incorrect zijn. We hebben een collectief diepgeworteld geloof gecreëerd over de wereld om ons heen en dat leggen we niet eenvoudig naast ons neer.

Is de telefoon een telegraafpaal 2.0?

Het duurt vaak lang voordat nieuwe disruptieve innovaties worden omarmt door het brede publiek. Ook dat kan te maken hebben met paradigma’s, waarbij het verkeerde verhaal wordt verteld.

Bij de lancering van de telefoon eind 19e eeuw werd deze technologie geïntroduceerd als een zakelijke oplossing. De focus lag op efficiëntie, snelheid, korte gesprekken en noodsituaties. Als gevolg daarvan kochten consumenten geen telefoons. De telefoon werd (onterecht) gezien als een nieuw soort telegraafpaal. Dit terwijl het juist als sociaal kanaal van nut is, bijvoorbeeld voor contact met familie op afstand. Dit paradigma was nodig om de telefoon tot een succes te maken. Eerst moest geëxperimenteerd worden met de technologie om tot deze overtuiging te komen.

Een les in racisme

Jane Elliot was een leerkracht op een witte basisschool in Riceville, Iowa. In 1968, na de moord op Martin Luther King Jr., vroeg een van haar leerlingen waarom dr. King was neergeschoten. Elliot vertelde dat dit voor hen als witte leerlingen moeilijk te begrijpen was, tenzij ze zelf zouden ervaren wat racisme is. Zo begon het experiment dat later bekend kwam te staan als het Blue eyes/Brown eyes experiment, waarmee het Pygmalion effect krachtig wordt geïllustreerd.

Elliot vertelde dat kinderen met bruine ogen intelligenter waren en beter konden leren dan kinderen met blauwe ogen. Bruine ogen zouden namelijk het gevolg zijn van melanine, een stof die ook bepalend zou zijn voor intelligentie. Kinderen met blauwe ogen hadden weinig melanine en waren daardoor lui en laks.

Al snel gedroegen de kinderen met bruine ogen zich arrogant en bazig richting hun ‘inferieure’ klasgenoten. Eén van de kinderen beantwoordde een vraag fout, waarop de opmerking van een klasgenoot met bruine ogen was: “wat had je dan verwacht van een bluey?”.

Een pienter meisje met blauwe ogen begon fouten te maken bij het vermenigvuldigen, iets waar ze eerder nooit problemen mee had. Deze achteruitgang in prestaties was die dag bij meer kinderen met blauwe ogen te zien. De resultaten van de kinderen met bruine ogen gingen juist vooruit.

Dit extreme voorbeeld laat zien hoe snel een bepaald beeld kan worden overgenomen, zeker wanneer het kinderen betreft.
Wil je meer weten over dit controversiële experiment, lees dan dit artikel uit 2005 in Smithsonian magazine.

There are two ways to be fooled. One is to believe what isn’t true. The other is to refuse to accept what is true

Soren Kierkegaard

Hoe ontsnap je uit de vicieuze cirkel?

De voorbeelden van de paradigm shifts over de ronde aarde en de introductie van telefonie geven aan hoe lastig het is een bestaand paradigma omver te werpen. De Duitse filosoof Arthur Schopenhauer stelde dat elke (nieuwe) waarheid de volgende 3 stappen doorloopt:

  • Initieel wordt het geridiculiseerd.
  • Vervolgens wordt er sterk tegen geageerd.
  • Tenslotte wordt het aangenomen als vanzelfsprekend.

Zelfs heb ik dit ervaren met het eten van vlees. Als je mij 10 jaar geleden had verteld dat je vegetariër was, dan had ik waarschijnlijk een grap gemaakt als “vegetarisch eten is prima, maar er hoort een goed stuk vlees bij”. Een aantal jaar later, toen ik vaker zelf kookte, vond ik vegetariërs maar moeilijke mensen waar je elke keer rekening mee moest houden.

Ongeveer 1,5 jaar geleden las ik het boek Awaken the Giant Within van Tony Robbins. Dat was het laatste zetje dat ik nodig had om te stoppen met vlees eten.

Terugkijkend zie ik dat mijn weerstand vooral gebaseerd was op de confrontatie met mijn eigen immoraliteit. Ik wist best dat ik de wereld kapot maakte en ook dierenleed was me niet onbekend. Toch voelt het vervelend wanneer anderen je met je neus op deze feiten drukken.

In wat voor wereld leef ik?

Albert Einstein stelde dat de belangrijkste vraag in het leven de volgende is: “leef ik in een vriendelijke of een vijandige wereld?

Geloof je dat je in een vriendelijke wereld leeft, dan focus je op de positieve zaken. Geloof je dat de wereld slecht en verdorven is, dan zie je voornamelijk negativiteit. Je focust op datgene dat je overtuigingen bevestigd en daardoor wordt je wereldbeeld precies datgene dat je verwacht.

Zelf pas ik dit inzicht toe door te schrijven in mijn dankboek. Door dagelijks 3 dingen op te schrijven waarvoor ik dankbaar ben ga ik gedurende de dag continu op zoek naar lichtpuntjes. Door die lichtpuntjes op te schrijven wordt de wereld een stuk mooier, hoe slecht de dag ook loopt. Bijkomend voordeel is de mogelijkheid af en toe terug te bladeren in het dankboek, wat een fantastisch gevoel geeft.

Hoe ga jij het Pygmalion effect positief inzetten?

Veel van de voorbeelden die voorbij zijn gekomen hebben een negatieve insteek, maar realiseer dat je zelf bepaald hoe je dit toepast. Denk de volgende keer dat je iemand introduceert eens terug aan mijn huisgenoten en geef je introducee een vliegende start.

Bedenk welke paradigma’s jij hebt meegekregen, van je ouders, op school, of van vrienden. Helpt het kijken door die bril je, of beperkt het juist je zicht?

The problem with the world is that the intelligent people are full of doubt, while the stupid people are full of confidence

Charles Bukowski

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *