leestijd 5 minuten

Herken je dat gevoel, dat anderen altijd meer lijken te weten dan jij? Hoe goed je ook bent voorbereid, er komt altijd iemand met een stukje informatie waarvan jij nog nooit had gehoord of waarvan je niet begrijpt hoe het zit. Dit kan er toe leiden dat je onzeker wordt over je eigen capaciteiten en bang bent ontmaskerd te worden als bedrieger. Als je dit ervaart dan ben je zeker niet de enige en er is zelfs een term voor, namelijk het imposter syndroom. Uit onderzoek blijkt dat ruimt 70% van de mensen ten minste één periode in zijn leven heeft waarbij hij dit syndroom ervaart.

Only the insecure strive for security

Wayne Dyer

Wat is het imposter syndroom precies? Waaraan kan ik toetsen of ik hier last van heb? En hoe kan ik het omzetten naar iets positiefs? Op basis van mijn eigen ervaringen laat ik zien hoe je effectiever om kan gaan met deze onzekerheid.

Wat is het imposter syndroom?

Het imposter syndroom is het gevoel dat je elk moment door de mand zou kunnen vallen. Je denkt dat anderen je hoger inschatten dan wat je daadwerkelijk kan. Mensen met perfectionistische neigingen – zoals ikzelf – zijn hier extra gevoelig voor. Dit kan leiden tot onzekerheid en het vervelende gevoel dat je ontmaskerd zou kunnen worden. In werkelijkheid is dat niet het geval, maar het gevolg kan zijn dat je nog harder je best gaat doen om te laten zien dat je geen bedrieger bent. Maar zoals de quote aan het begin van dit artikel al aangeeft, alleen een bedrieger voelt de noodzaak te laten zien dat hij geen bedrieger is.

Dit onderwerp komt ook bij Berthold Gunster vaak terug in de Omdenken podcast. In deze podcast komen mensen praten over hun problemen. Veel van deze problemen lijken terug te herleiden tot een negatief zelfbeeld. De methode die Berthold aandraagt om hiermee om te gaan brengt mensen vaak aan het lachen. Vind je jezelf een bedrieger, dan stelt Berthold dat je elke ochtend als je opstaat voor de spiegel moet gaan staan en hardop moet zeggen “ik ben een bedrieger”. Ben je vervolgens op werk en je weet iets niet, ook dan zeg je “dat komt omdat ik een bedrieger ben”. Door het te ridiculiseren en er met humor mee om te gaan, kan je de angel weghalen en zelf in gaan zien hoe vreemd de gedachte dat je een bedrieger bent eigenlijk is.

Speelt het imposter syndroom ook bij mij?

Als je de volgende vragen met ‘ja’ beantwoord, dan is dat een teken dat het imposter syndroom ook bij jou een rol kan spelen:

  • Maak je je zelfs over de kleinste foutjes druk?
  • Schrijf je jouw successen toe aan externe factoren of geluk?
  • Ben je gevoelig voor zelfs milde constructieve feedback?
  • Heb je het gevoel dat je als bedrieger zal worden ontmaskerd?
  • Ben je zeer bescheiden over je eigen kwaliteiten, zelfs als die duidelijk groter zijn dan die van anderen?

Mijn eigen ervaringen

Op het moment dat ik startte met werken ging me dat erg goed af. Ik pakte zaken snel op en maakte me dingen vlug eigen. Als gevolg daarvan kregen mijn collega’s steeds vaker het gevoel dat ik begreep waarover ik het had. Zelf had ik echter het gevoel dat ik nog maar net kwam kijken en nog weinig snapte van de zaken waaraan ik werkte. Hierbij had ik bij tijd en wijle het gevoel dat er een moment zou komen waarop iemand die wel wist hoe het zat me op mijn plaats zou zetten. Natuurlijk kwam dit moment er uiteindelijk nooit.

Het imposter syndroom hoort ook wel een beetje bij het vak dat ik beoefen, namelijk dat van Product Manager. Als Product Manager heb je met veel verschillende afdelingen en mensen te maken die elk hun eigen expertise hebben. Je moet ieders taal spreken, maar je zal nooit op eenzelfde kennisniveau komen als deze experts. Dat is ook niet de bedoeling. Het is in deze rol juist belangrijk dat je de verbinding kan maken tussen mensen, zonder je te verliezen in de inhoud. Hoe kan je de onzekerheid van het imposter syndroom dan inzetten als kracht?

Hoe kan je het imposter syndroom gebruiken als kracht?

Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat het gevoel van onzekerheid minder wordt naarmate je meer kennis op doet. Het gevoel zal echter nooit helemaal verdwijnen, dus zie het als een kwaliteit die je hebt. Hieronder volgen drie tips over hoe je met het imposter syndroom kan omgaan.

Blijf eerlijk

Het belangrijkste is om eerlijk te blijven, zowel naar anderen als naar jezelf. Zelf geneer ik me al lang niet meer als ik tijdens een meeting aangeef dat ik “niet gehinderd wordt door diepgaande technische kennis” en dus vraag of mijn collega’s het in Jip en Janneke-taal kunnen uitleggen. Vaak geef ik ook aan dat ik het niet vraag om iemand te testen, maar wel omdat ik echt goed wil begrijpen hoe het zit.

Neem hierbij ook iemand in vertrouwen waarmee je dit gevoel van onzekerheid kan delen. Vaak zie je dat mensen zelf met dit gevoel blijven zitten, omdat ze zich er voor schamen of de drempel op iemand af te stappen als te groot ervaren.

Stel ‘domme’ vragen

Juist omdat je niet alle kennis hebt of pretendeert te hebben, kan je ‘domme’ vragen stellen. Dit is zelfs een groot deel van mijn werk. Omdat ik oprecht geïnteresseerd ben in de werking van praktisch alles, stel ik vragen die voor anderen wellicht als simpel of dom overkomen. Juist door eerlijk te zijn over wat ik niet weet kan ik veel leren. Als ik doe alsof ik alles wel begrijp (en dat komt ook nog weleens voor), dan heb ik daar later meer last van dan dat het me helpt. Natuurlijk, je komt misschien wijzer over, maar uiteindelijk moet je alsnog zelf gaan uitzoeken hoe de vork nu echt in de steel zit. Wanneer je vragen stelt uit oprechte interesse, dan zijn anderen ook zeer bereidwillig te vertellen hoe het zit. Wie vindt het nou niet leuk om over zijn werk of passie te vertellen?

Verplaats je in de ander

Wanneer iemand hier niet positief op reageert, bedenk je dan dat diegene zelf wellicht ook onzeker is. Als je zelf niet precies weet hoe het zit en je moet het aan een ander uitleggen, dan kan dat erg confronterend zijn. Neem hierbij ook het Dunning-Kruger effect nog eens in gedachten; wellicht dat de ander op de piek van ‘mount stupid’ zit. Met jouw vragen geef je hem dan een zetje richting de ‘vallei van wanhoop’, wat de ander ongetwijfeld als onprettig zal ervaren.

Bedenk je tenslotte dat het imposter syndroom ook getuigt van bescheidenheid. Oké, je onderschat jezelf waarschijnlijk, maar je overschat jezelf in ieder geval niet. Durf iets vaker het podium te pakken en probeer te genieten van de waardering die je voor je werk krijgt. Die waardering krijg je niet voor niets, blijkbaar doe je iets erg goed!

Arrogance is the camouflage of insecurity

Tim Fargo